De coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat het onderwijs in sneltreinvaart voor een groot deel online wordt verzorgd. Instellingen hebben daarbij ook de manier van toetsen moeten herzien. Daarvoor is op grote schaal gebruik gemaakt van digitaal toetsen in combinatie met online proctoring, ofwel het op afstand toezicht houden op toetsen. Bij de start van het collegejaar 2020-2021 hebben instellingen moeten kiezen hoe vervolg te geven aan deze snelle verandering. Waar staat het digitaal toetsen in het onderwijs nu en is dit het nieuwe normaal?

 

Tot maart 2020: koers naar digitaal toetsen reeds ingezet

Voor de coronacrisis werd er al veel digitaal getoetst. Dit vond meestal plaats met een combinatie van digitale toetssoftware, Chromebooks en fysiek aanwezige toezichthouders. Deze verandering naar digitaal toetsen verliep gradueel, rekening houdend met de veranderkracht binnen de organisatie. Daarbij was veel ruimte voor debat over de onderwijskundige voor- en nadelen en de efficiency van digitaal toetsen. Toezicht op afstand via online proctoring was bij een aantal instellingen in gebruik, maar stond nog in de kinderschoenen.

Vanaf maart 2020: digitaal toetsen in combinatie met online proctoring

De situatie veranderde nadat corona in februari Nederland bereikte. Instellingen gingen op slot, waardoor er niet langer op locatie kon worden getoetst. Waar mogelijk werd overgeschakeld naar alternatieve toetsvormen met een lagere fraudegevoeligheid, zoals open boek tentamens of mondelinge tentamens. Dit was niet voor alle toetsen een optie. Soms vanuit didactisch oogpunt, maar vaak ook omdat alternatieve toetsvormen meer tijd vragen van docenten in de voorbereiding en/of het nakijken van de toetsen.

Veel instellingen hebben er daarom voor gekozen om op grote schaal gebruik te maken van digitale toetssystemen in combinatie met online toezichtsystemen, oftewel online proctoring. De directe aanleiding van de verandering kwam daarmee niet langer voor uit de onderwijskundige behoefte of efficiency, maar voornamelijk uit het ontbreken van een alternatief.

Over het algemeen is deze verandering goed verlopen. Ondanks de coronacrisis hebben studenten toetsen kunnen maken, waarmee grote achterstanden zijn voorkomen. Hierbij zijn instellingen wel de nodige uitdagingen tegengekomen op het gebied van toetskwaliteit, privacy, fraudepreventie, techniek, studenttevredenheid, uitvoerbaarheid en kosten.

Collegejaar 2020-2021: flexibel verder met digitaal toetsen en online proctoring

Voor de start van het collegejaar 2020-2021 hebben instellingen opnieuw koers bepaald. Voor de meeste instellingen is dat koers geworden van het hybride toetsen. Dit betekent dat toetsen deels op de campus worden afgenomen en deels op afstand. Dit zorgt ervoor dat studenten die dit willen en kunnen de mogelijkheid hebben om op de campus te toetsen, maar dat er voor studenten die bijvoorbeeld niet in staat zijn om te reizen de mogelijkheid wordt geboden om vanuit huis te toetsen. Voorwaarde daarbij is dat de toets altijd (ook) digitaal wordt aangeboden. Uiteraard is het houden van deze koers sterk afhankelijk van veranderende overheidsmaatregelen m.b.t. het coronavirus.

De volgende fase in het digitaal toetsen

Met het hybride toetsen is de continuïteit van het toetsen op korte termijn geborgd. Maar dit betekent niet dat alle uitdagingen in het digitale toetsen hiermee zijn opgelost. De realiteit is dat er in de snelle implementatie en opschaling van digitaal toetsen en online proctoring vaak is gekozen voor tijdelijke oplossingen. Dit heeft in veel gevallen geleid tot extra drukte bij de medewerkers, tijdelijke contracten met leveranciers en vaak een voortdurende discussie over de wijze waarop wordt getoetst. Dit betekent dat de toetsondersteuning, de samenwerking met de leveranciers en de discussie over digitaal toetsen naar een volgende fase moeten overgaan. Voor de toetsondersteuning van inrichten naar verbeteren, voor de samenwerking met de leveranciers van een ad hoc contract naar een partnership en voor de discussie over digitaal toetsen van noodzaak naar nut. Hieronder lichten we deze drie toe:

1. Toetsondersteuning: van inrichten naar verbeteren

In de afgelopen periode is er keihard gewerkt door centrale afdelingen, faculteiten en opleidingen om het toetsen mogelijk te maken. Nu deze situatie aanhoudt is het tijd om te kijken naar oplossingen voor de langere termijn en opnieuw te kijken naar de processen, de samenwerking en de bemensing en taakverdeling in de organisatie van het digitaal toetsen. Waar de belangrijkste verbeterpunten liggen verschilt per instelling, maar dat hier nog ruimte ligt voor verbetering is helder. Tijd dus om dit met elkaar te onderzoeken en de verbeteringen te realiseren.

2. Leveranciers: van ad hoc contract naar partnership

De opschaling in het digitaal toetsen en online proctoring zorgt ervoor dat er meer eisen worden gesteld aan de functionaliteiten van de software en de kwaliteit van de dienstverlening van de leveranciers. Kort samengevat: meer onderwijskundige mogelijkheden, betere gebruiksvriendelijkheid, goede waarborgen op het gebied van privacy en security en minder storingen. Dit vraagt zowel aan de kant van de leverancier als de instelling om goed partnerschap. Daarbij kunnen tijdelijke contracten in corona-tijd ertoe leiden dat er nieuwe contracten moeten worden afgesloten, al dan niet via een Europese aanbesteding.

3. Discussie over digitaal toetsen: van noodzaak naar nut

In het begin van de coronacrisis is er beperkt ruimte  geweest om het gesprek te voeren over de voor- en nadelen van digitaal toetsen en online proctoring. De noodzaak was immers evident. Nu de eerste crisisperiode voorbij is kan het gesprek worden gevoerd over beter digitaal toetsen. Daarmee ontstaat ruimte voor belangrijke onderwerpen zoals de toekomst van online proctoring als er weer op de campus kan worden getoetst, de verschillende typen oefen- en toetssoftware die nodig zijn en misschien de belangrijkste: de toetskwaliteit en het aantal toetsen dat wordt afgenomen.

Gecoördineerde samenwerking als belangrijkste voorwaarde voor een goed vervolg met digitaal toetsen

Als de afgelopen periode ons één inzicht heeft gegeven is het wel de breedte van het onderwerp digitaal toetsen. De vragen over toetskwaliteit, privacy, fraudepreventie, techniek, studenttevredenheid, uitvoerbaarheid en kosten kunnen niet door één expertise worden beantwoord. Dit vraagt om een voortdurende afstemming met toetsdeskundigen, examencommissies, onderwijskundigen, informatiemanagers, ICT-architecten, technisch en functioneel beheerders, privacy en security officers, toetsondersteuners en natuurlijk de docenten en studenten. Alleen als de verschillende perspectieven van deze verschillende expertises worden meegenomen kan digitaal toetsen daadwerkelijk de volgende fase ingaan.

Meer informatie

Wilt u meer weten over het onderwerp? Neem dan contact met ons op (robbie.nijsse@fundatis.nl of pieter.wolf@fundatis.nl)

Robbie Nijsse is werkzaam als projectleider digitaal toetsen en online proctoring bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en adviseur online proctoring bij Universiteit Gent, Pieter Wolf is werkzaam als regievoerder digitaal toetsen bij faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit.

Download hier de: pdf