De hogeschool in een veranderende wereld

Ron BormansRegelmatig organiseert Fundatis salons voor de zelfstandig interim-professionals uit haar netwerk. Bij elke salon nodigen wij een aansprekende spreker uit ons werkveld uit. Dit keer was dat Ron Bormans, voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam. Bormans schreef samen met Izaak Dekker (filosoof, adviseur en pedagoog van de Hogeschool Rotterdam) het inspirerende essay Samenleven in de moderne samenleving. In dit essay buigen zij zich over de rol die zij zien voor de hogeschool in de Randstad.

Korte sabbatical

Toen Ron Bormans anderhalf jaar geleden aan zijn tweede termijn als voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam begon, kwam hij tot de conclusie dat professionalisering veelvuldig onderwerp van gesprek was, maar dat hij zelf de voorgaande jaren nauwelijks bezig was geweest met gestructureerde persoonlijke ontwikkeling. Reden genoeg om in overleg met de Raad van Toezicht een ‘korte sabbatical’ van een maand te nemen om zijn visie op de rol van het hoger (beroeps)onderwijs aan te scherpen en op papier te zetten. Met een kist vol boeken, aangeraden door collega’s, vertrok Bormans naar Houffalize om daar zoals hij het zelf noemt een ‘monnikenbestaan’ te leiden: lezen, schrijven en fietsen. Het resultaat: het essay ‘Samen leven in de moderne samenleving’.

Niet een-op-een vertaald

Bormans start zijn verhaal met de disclaimer dat zijn essay is geschreven op basis van zijn ervaringen binnen de specifieke situatie van de Hogeschool Rotterdam. Zijn inzichten en conclusies kunnen dan ook niet een-op-een vertaald worden naar iedere andere instelling binnen het hoger onderwijs. Een goede nuance op zijn verhaal, maar later op de middag geven de blikken van herkenning in de zaal aan dat het verhaal van Bormans wel degelijk betekenisvol is voor meer onderwijsinstellingen dan enkel de Hogeschool Rotterdam.

Nat stuk zeep

Het eerste onderwerp dat hij bespreekt, is de veranderende verhouding tussen aan de ene kant het beroepenveld en aan de andere kant de aangeboden opleidingen. In toenemende mate is waar te nemen dat er opleidingen zijn die de studenten niet voorbereiden op één beroep. Een steeds bredere range van opleidingen leidt op voor een beroep (‘inwaaiering’), een steeds bredere range van beroepen is toegankelijk vanuit een bepaalde opleiding (‘uitwaaiering’). Uiteraard de uitzonderingen voor sterk geprotocolleerde opleidingen zoals de opleiding tot Maritiem Officier daargelaten. De ongrijpbare dynamiek aan de kant van het beroepenveld leidt er overigens toe dat het traditionele, deductieve model van het ontwerpen van opleidingen niet langer houdbaar is. “Het is als het vastpakken van een nat stuk zeep, het glipt steeds weg”, aldus Bormans. De docent, en de onderwijsinstelling in bredere zin, dient dan ook in die dynamiek te kruipen en deze door te laten werken in (het ontwerpen van) het onderwijs: dynamiek treed je tegemoet met dynamiek.

‘Superdiversiteit’

Een tweede onderwerp dat wordt aangesneden is de groeiende diversiteit, met name in een stad als Rotterdam. De samenleving is niet meer te vangen in grote groepen en we bevinden ons als samenleving (wederom) in een fase van versplintering. Deze versplintering wordt echter steeds complexer vanwege de groeiende meervoudigheid van identiteiten (diversiteit binnen diversiteit, oftewel ‘superdiversiteit’). Als voorbeeld noemt hij dat er binnen de Marokkaanse bevolkingsgroep Marokkanen zijn met een Berberse, Arabische en Joodse afkomst. Deze ontwikkeling vormt een grote uitdaging voor docenten. Hoe ga je hier in de klas op didactisch/pedagogische wijze constructief mee om? Hoe ga je als docent bijvoorbeeld om met een situatie als de aanslagen in Parijs en Brussel? Deze maatschappelijke ontwikkelingen werken noodzakelijkerwijs door in de klas en hebben hun effect op de docenten en studenten. De Hogeschool Rotterdam kiest ervoor om dit niet te negeren, maar juist te bespreken in de klas, waarbij de docenten worden geïnformeerd over de manier waarop zij hier zo goed mogelijk mee om kunnen gaan.

Normerend kader

De mening van de studenten mag er dus zijn en het gesprek wordt met ze aangegaan. Maar dit betekent niet dat alles zomaar mag worden gezegd. Hiervoor geldt een normerend kader, de ‘Grondwet’ van de Hogeschool Rotterdam, waarin aandacht is voor zaken als wederzijds respect en democratische waarden. Deze Grondwet verschaft als het ware een ondergrond waarop studenten hun opvattingen kunnen ontwikkelen.

Tussenruimte

Dat er ruimte moet zijn voor het voeren van maatschappelijke debatten in een veilige (genormeerde) omgeving, blijkt tevens uit Bormans’ omarming van het aan Hannah Arendt ontleende idee van de school als laatste fase van de ‘tussenruimte’. Een ruimte zowel tussen kindertijd en volwassenheid als tussen het publieke en private domein. In deze ruimte mag geoefend worden en er mogen fouten worden gemaakt; je oefent eigenlijk voor het leven. Het is de rol van de hogeschool en de mensen die er werken om deze ruimte te creëren en te behouden.

‘Systeem overwoekert bedoeling’

Een derde onderwerp is de rol van de professional in het onderwijs. Bormans is van mening dat professionals vaak klein worden gemaakt, ten koste van de variëteit en de speelruimte. In de woorden van Wouter ‘t Hart (auteur van o.a. Verdraaide Organisaties): de ‘bedoeling’ is overwoekerd door het ‘systeem’. We zijn van oudsher goed in het uniformeren, terwijl de huidige ontwikkelingen juist vragen om variëteit. Professionals zouden dan ook meer autonomie moeten krijgen binnen hun eigen expertisegebied: de didactiek en de pedagogiek. Dat vertrouwen moet ze gegeven worden. Methodes, protocollen en standaarden rondom werken functioneren alleen als de professionals die mede construeren.

napraatMaatschappelijke verantwoordelijkheid

Dit betekent overigens niet dat de professionals volledige vrijheid genieten. Hun maatschappelijke verantwoordelijkheid staat voorop: een docent is niet alleen iemand die kennis overdraagt aan studenten (het kwalificeren), maar heeft ook een belangrijke maatschappelijke opdracht (het socialiseren en subjectiveren). Indien een docent dit sociale contract niet serieus neemt, dan hoort deze persoon volgens Bormans niet in het onderwijs thuis. Hij maakt hierbij de vergelijking met de rol van een piloot. De piloot mag zelf niet kiezen wat de bestemming is, maar heeft wel de verantwoordelijkheid om te besluiten of het vliegtuig veilig kan opstijgen of niet.

napraatNa de voordracht van Ron Bormans werd er tijdens de borrel nog uitgebreid nagepraat over de onderwerpen die de revue waren gepasseerd. Er was veel herkenning, maar er zijn ook zeker nieuwe inzichten opgedaan. We bedanken Ron Bormans voor zijn inspirerende verhaal!